Eckhardt Advocatuur in het AD na vrijspraak in moordzaak Maasland
Sommige strafzaken draaien niet om de vraag welke straf passend is, maar om een fundamentelere vraag: kan überhaupt worden bewezen dat een misdrijf heeft plaatsgevonden en dat de verdachte daarvoor verantwoordelijk is?
Die vraag stond centraal in de veelbesproken strafzaak uit Maasland waarin Eckhardt Advocatuur de verdediging voerde.
Het Openbaar Ministerie verdacht Maurice R. ervan verantwoordelijk te zijn voor de dood van zijn echtgenote en eiste uiteindelijk een gevangenisstraf van tien jaar. De verdediging hield vast aan een ander scenario: het beschikbare bewijs sloot niet uit dat zij door een val van de trap om het leven was gekomen.
Op 12 december 2019 volgde de uitspraak.
Vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond dat Maurice R. het letsel had toegebracht waaraan zijn echtgenote overleed. Ook een complexe val van de trap kon volgens de rechtbank niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten.
De uitspraak kreeg landelijke media-aandacht. Onder andere het Algemeen Dagblad (AD) berichtte uitgebreid over de vrijspraak.
Een zaak waarin het bewijs allesbepalend werd
De zaak begon na het overlijden van de echtgenote van Maurice R. in Maasland in 2017.
Zij werd ernstig gewond aangetroffen en overleed later aan haar verwondingen. Maurice R. heeft vanaf het begin ontkend verantwoordelijk te zijn geweest voor haar dood. Hij verklaarde dat zijn vrouw van de trap moest zijn gevallen.
Het Openbaar Ministerie kwam tot een andere conclusie.
Volgens het OM wezen de omstandigheden en het letsel erop dat sprake was geweest van geweld. Maurice R. werd vervolgd en lange tijd verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn echtgenote. Het OM eiste uiteindelijk tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag.
Maar een verdenking is nog geen bewezenverklaring en juist in deze strafzaak bleek dat verschil doorslaggevend.
Deskundigen kwamen niet tot één conclusie
Een belangrijk onderdeel van de zaak was de vraag hoe het fatale hoofdletsel was ontstaan.
Daar werd uitvoerig onderzoek naar gedaan.
Forensisch deskundigen onderzochten verschillende scenario’s. Tijdens de strafzaak bleek echter dat geen eenduidige conclusie kon worden getrokken over de precieze oorzaak van het letsel. Verschillende deskundigen beoordeelden de mogelijkheden anders.
Volgens het Openbaar Ministerie was geweld veel waarschijnlijker.
Daar tegenover stond het scenario dat het slachtoffer een complexe val had gemaakt en daarbij met haar hoofd tegen onder meer de muur en vloer was gekomen.
Dat scenario kon uiteindelijk niet worden uitgesloten.
De rechtbank stelde vast dat de deskundigenrapporten onvoldoende zekerheid boden om vast te stellen hoe het letsel daadwerkelijk was ontstaan. Ook kon niet worden vastgesteld dat Maurice R. verantwoordelijk was voor het ontstaan daarvan.
De verdediging hield vast aan het alternatieve scenario
Gedurende de zaak stond de mogelijkheid van een val centraal in de verdediging.
Al tijdens eerdere zittingen plaatste de verdediging vraagtekens bij de conclusies die tegen Maurice R. werden gebruikt. Zo werd aangevoerd dat onvoldoende rekening werd gehouden met alternatieve scenario’s en werden deskundigenbevindingen kritisch onderzocht.
Dat is een belangrijk onderdeel van strafrechtelijke verdediging.
Niet de vraag of een beschuldiging aannemelijk klinkt is beslissend.
De vraag is of het Openbaar Ministerie die beschuldiging wettig en overtuigend kan bewijzen.
Juist wanneer forensisch bewijs voor meerdere interpretaties vatbaar is, kan dat onderscheid bepalend worden voor de uitkomst van een strafzaak.
Van een eis van tien jaar naar volledige vrijspraak
Het verschil tussen de eis van het Openbaar Ministerie en de uiteindelijke uitspraak was in deze zaak groot.
Het OM vroeg de rechtbank om Maurice R. tien jaar gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank kwam uiteindelijk tot: volledige vrijspraak.
Volgens de rechtbank kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat Maurice R. het fatale letsel had toegebracht. Er was daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een veroordeling.
De officiële berichtgeving van de Rechtspraak verwoordde de kern helder: een complexe val van de trap kon niet worden uitgesloten en op een andere manier kon niet worden opgehelderd wat er die nacht precies was gebeurd.
Landelijke aandacht voor de vrijspraak
De uitspraak bleef niet beperkt tot de rechtszaal.
Verschillende landelijke en regionale media besteedden aandacht aan de vrijspraak. Het Algemeen Dagblad publiceerde hierover onder de kop: Maurice R. vrijgesproken van doden echtgenote: ‘Ze kan wel van trap gevallen zijn’
Ook andere media berichtten dat de rechtbank onvoldoende bewijs zag voor een veroordeling.
Bekijk de volledige berichtgeving van het AD over de vrijspraak
Eckhardt Advocatuur en Onderzoek Foxtrot
Binnen Eckhardt Advocatuur staat de zaak bekend als de Moordzaak Maasland / Onderzoek Foxtrot.
Het is één van meerdere omvangrijke strafzaken waarin het kantoor de verdediging heeft gevoerd en die landelijke of regionale media-aandacht hebben gekregen.
In strafzaken waarin veel op het spel staat, is een zorgvuldige beoordeling van het bewijs essentieel. Zeker wanneer deskundigen tot verschillende conclusies komen of wanneer naast het scenario van het Openbaar Ministerie een reëel alternatief scenario bestaat.
De Maaslandse strafzaak laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen verdacht worden, vervolgd worden en uiteindelijk daadwerkelijk veroordeeld worden.
In deze zaak eindigde dat proces met een volledige vrijspraak.
Eckhardt Advocatuur
Eckhardt Advocatuur is een strafrechtkantoor in Den Haag en voert de verdediging in uiteenlopende strafzaken, waaronder complexe zaken met omvangrijke dossiers en landelijke media-aandacht.
Meer zaken en publicaties zijn te vinden op Eckhardt Advocatuur in de media.